• Stijn Engelen

Zweiten in die Schweiz

Ik ga weer eens een col beklimmen, een hoge berg voor de leken. Vandaag zal mijn strijd tegen de vormingen van de natuur plaatsvinden op de Engstlenalp, maar liefst 18 kilometer klimmen tussen de Zwitserse blokhutten. Ik ben geen full-time wielrenner, maar normaliter volstaat mijn voorbereidende training. Dit keer heb ik er echter met de pet naar gegooid. Een rondje van 45 kilometer in de Zuid-Limburgse heuvels (in Zwitserland zouden ze het glooiing noemen) en 55 kilometer door de Veluwe met mijn vriendin á la touristique (telt dit wel als training? Ik zal maar 'ja' zeggen). Alsof je zonder voorbereiding je tentamen ingaat, al heb ik daar weinig ervaring mee. Misschien kan mijn nieuwe 'Chasse Patate' wielershirt extra energie geven, datzelfde gevoel als dé Gele trui.


Samen met mijn vader, Miel, begin ik aan de klim. Na 300 meter ligt zijn tempo al te hoog. Ik zal maar niet zeggen dat hij 61 jaar oud is (oeps, doe ik het toch...). Na 4 kilometer slaat de weg linksaf, een smalle weg met flinke stijgingspercentages, vergelijkbaar met het alcoholpercentage van een zwaar tripel biertje.


Eventjes verderop zie ik plots mijn vader. Wegens problemen met het GPS-apparaat staat hij stil. Begrijpelijk, stel je voor dat de zevende kilometer van de Engstlenalp niet volledig op Strava komt te staan. Zou ik vandaag dan eindelijk de onverslaanbare Miel kunnen verslaan wegens mechanisch falen? De man die méér omwentelingen maakt dan een Miele wasmachine. Alberto Contador vloog ooit in de Tour voorbij zijn concurrent Andy Schleck die met kettingproblemen kampte. 'Onsportief', 'afschuwelijk', 'winnaar onwaardig' schreeuwden ze in Luxemburg, die zes inwoners en een hond. Misschien niet wat we van onze ideale winnaar verwachten, maar Contador won wel de Tour de France. Als hij het mag, mag ik het ook. Ik vergat echter dat ik geen Contador ben. Zoals Contador altijd lieflijk op de pedalen danst, zo begin ik met elke pedaalslag meer op Bauke Mollema te lijken. En inderdaad, na een kilometer hoor ik al het geratel van een ketting. De GPS doet het weer, en Miel ook.


Er staan 3 vlakke kilometers voor ons klaar, we naderen namelijk een dal, vol met koeien en rinkelende bellen. Terwijl Miel zich volledig focust op gemiddeldes, stijgingspercentages en ademhaling, houd ik me bezig met randzaken. Hoeveel Milka repen zou één zo'n koe nou produceren? Zou de chocolade van mijn 'protein bar' al gesmolten zijn? Hoe zal ik mijn Strava-upload straks noemen? Zouden Tom en Mathieu ooit deze klim zijn opgefietst? Zal ik mijn vriendin straks vertellen dat de col zwaar, slopend óf onmenselijk was? Welke man (óf vrouw) zou de Engstlenalp als eerste hebben opgefietst? Antwoorden verlang ik niet, slechts nadenken is al mooi genoeg.


Na dit vlakke intermezzo begint de finale van de Engstlenalp, 5 kilometer aan 10% gemiddeld. Rustig en geleidelijk naar boven fietsen is geen optie meer, de percentages zijn té hoog. Dan maar keihard doorharken als een stoïcijnse tuinman. Totdat er plotseling iets op de grond klettert, mijn Garmin sporthorloge is van mijn pols gegleden. Onherstelbare schade, de mentale klap nóg harder. Geen Strava-upload vandaag, al die kudo's die ik mis ga lopen en vooral die prachtige titel: Zweiten in die Schweiz, stoïStijns de Engelenalp op. Maar ik moet en zal doorgaan. Ik ben geen sportende social media slet. Niet alles hoeft gedeeld te worden. Merckx had ook geen Strava. Denk eens aan al die prachtige Strava titels die daar verloren zijn gegaan.


Uiteindelijk bereik ik dan toch de top. Mijn vader al op het terras met een stuk carrot cake en een colaatje. Terwijl hij hetzelfde voor mij besteld ga ik zitten en genieten van het moment. Ik voel me weer even zoals dat jochie die voor het eerst met zijn vader een col gaat beklimmen, toen de bergen nog een stuk hoger leken. En al snel realiseer ik me weer: je hoeft niet altijd de beste vorm te hebben, zolang je er maar het beste uit haalt. Vandaag was dat de Engstlenalp.