• Stijn Engelen

Stop met Whatsapp Buurtpreventie

Onlangs ben ik benaderd om toe te treden tot de Buurtpreventie Whatsappgroep van mijn woonwijk. Als beginnend burger wil ik natuurlijk graag bijdragen aan de veiligheid van mijn medeburgers. ‘Welwillende wijkbewoners die elkaar steunen in het bestrijden van criminaliteit’, klinkt goed. Jammer genoeg is de realiteit anders. Ik schrok van de berichtjes die voorbij kwamen, stigmatisering heeft nog nooit zo’n groot podium gehad. Een hoodie met een joggingbroek, en je wordt al afgeschilderd als inbreker. Een jongetje dat zijn eerste sigaret uitprobeert op de hoek van de straat staat binnen de kortste keren bekend als ‘dat verslaafde kereltje’. Na elke melding vliegen de gordijnen met bosjes open. Het is een broedplaats voor wantrouwen, een paranoia-pit.


En natuurlijk is er de eeuwige discussie; wat mag ik wel en wat mag ik niet in de groepsapp plaatsen? Anita die haar groene container niet meer kan vinden? Jos die twee gelijkgestemde tuinmannen zoekt voor de weekactie bij de Gamma ‘’3 heggenscharen voor de prijs van één!’’? Oma Bep, wiens kat voor de vijfde keer is ontsnapt nadat ze de buitendeur open liet staan toen ze boodschappen ging doen? Allemaal worden ze afgekapt door de leider van de Whatsapp Buurtpreventie groepsapp, de ‘wijkbeheerder’ die orde moet scheppen in alle chaos. Deze beheerders nemen het zó serieus, alsof het een fulltime baan is met doorgroeimogelijkheden.


Op een gegeven moment maakt Johan een melding over een wiet-transitie net voor mijn huis. Uit nieuwsgierigheid duw ik het gordijn opzij en kijk naar buiten. Pure angst zodra ik zie wat er gebeurt, twee overburen die op precies hetzelfde moment het gordijn opengooien. Ik besluit mijn leven risicovoller voort te zetten en verlaat de Whatsappgroep, voordat ik voorgoed in de paranoia-pit blijf hangen zoals mijn buurtgenoten. Toch hoop ik dat deze Whatsapp Buurtpreventie groepen ooit hun functie zullen vervullen, dat hierdoor de criminaliteit in de wijk achteruit gaat, en mensen zich veiliger zullen voelen. Maar ik hoop vooral dat Oma Bep haar kat gevonden krijgt.