• Pim Molenaar

Journalistiek is dood

Afgelopen week gaf ik mij totaal over aan de wondere wereld van de journalistiek, enigszins gedwongen door twee lezingen die toevalligerwijs slechts door een enkele nacht van elkaar gescheiden waren. Op donderdag zat ik bij een lezing van Tim Hofman, op vrijdag bij de ‘theatertour’ van Follow The Money. Tijdens deze lezingen spookten verschillende gedachten door mijn hoofd.


Tim Hofman is in het echt toch wat kleiner dan ik dacht.


Erik Smit denkt dat hij Mick Jagger is. [Lacht als enige hardop bij een schorre uithaal tijdens (I Can’t Get No) Satisfaction]


Waarom zijn hier alleen 18-jarige meisjes?


Als deze geitenwollensokken maar niet gaan dansen in de paden.


Journalistiek is dood.


Journalistiek is dood. Vooral deze gedachte bleef hangen. Ik appte het naar vrienden en dacht erover na in de trein. Door een toevallige samenloop van omstandigheden was ik getuige van een groot contrast binnen de journalistiek. Enerzijds Tim Hofman die met zijn ‘confetti-journalistiek’ de jeugd weet te porren voor interesse in relatief complexe journalistieke thema’s, anderzijds Erik Smit die met zijn onderzoeksjournalistiek vooral het grijze publiek weet te enthousiasmeren. Eén ding hebben ze gemeen: ze weten twee uitersten binnen het grote publiek aan te trekken door journalistiek op een eigen manier tentoon te spreiden.


Tim Hofman legde tijdens zijn lezing (‘Mediamaker met een missie’) uit hoe hij de jeugd wil begeesteren om zich meer te verdiepen in belangrijke thema’s van onze tijd en hoe hij dit door middel van onder andere Boos dit in hapklare brokken bij de jeugd naar binnen weet te fietsen. ‘Want wie verdiept zich nou in de Grondwet?’ (Ik stak samen met een andere rechtenstudent als enige mijn hand op, maar dit terzijde.) Dit nobele streven verdient erkenning, maar tegelijkertijd vormt deze jeugdigheid ook het grootste manco van de ‘journalist’ Tim Hofman: hij was en is (ook bij de lezing) veroordeeld tot het alles moeten uitleggen in Jip-en-Janneke-taal. Toen ik de zaal verliet, was het credo bij de 18-jarige meisjes dan ook het volgende. ‘Ik moet echt meer gaan lezen.’


Waar Tim Hofman zich uit de nek klem van de jeugd moet ontworstelen om ook in de grotemensenwereld als geheel volwaardig onderzoeksjournalist te worden gezien, probeert ook Erik Smit zich uit een nek klem te ontworstelen: die van de grijze geitenwollen sok. Onderzoeksjournalistiek is voor velen zoals het klinkt, namelijk grauw, saai en langdradig. Dit was ook een beetje de omschrijving van de lange rij voor het theater waar ik me in begaf. Waar de Hofmanmeisjes elkaar dwongen meer te gaan lezen, was het Follow-The-Money-leger bezig elkaar te overbluffen met intellect. In een poging hieruit te breken en onderzoeksjournalistiek wat ‘hipper’ te maken, kozen Erik Smit en consorten voor een theatervoorstelling met vlotte babbels, muziek en filmpjes.


En hip was het. Ik voelde me gegrepen door het verhaal en zat constant op het puntje van mijn stoel. Het enige probleem was: hoe hip de voorstelling ook is, het publiek is dat zoals gezegd en met alle respect allesbehalve. Verzuiling bestaat, en ik zag het met mijn eigen ogen. Journalistiek is dan wel niet dood, maar kampt wel met een groot probleem. De Volkskrant is voor linksige types, De Telegraaf voor de rechtsige, de Correspondent voor de intellectuelen die voorbij de waan van de dag willen kijken, de NOS voor de hapklare brokken, Tim Hofman en Boos voor de jeugd, Follow The Money voor de intellectueel die eens lekker haar of zijn tanden in een pittig dossier wil zetten. Dit alles doet tekort aan het échte doel van de journalistiek: goede, uitgewerkte feiten die de waarheid van het duister naar het licht halen, en dan ook voor iedereen. Ongeacht sociale herkomst. Het brede publiek is wat er aan schort in de journalistiek. Aan hokjes denken heb ik altijd al een hekel gehad.


Op dit moment ontwaakte de conducteur mij uit mijn steeds drukker wordende gedachten. Ik spoedde mij uit de trein, op weg naar een feest, op de weg terug naar mijn eigen zuil.