• Stijn Engelen

In duel met Dumoulin

Op een zwoele zomeravond begeef ik me op het eenzame asfalt langs het Albertkanaal rond Maastricht. Geen hoge gemiddeldes en wattages, geen sociale praatjes met mede-fietsers. Alleen ik en mijn trouwe twee wielende ros. Lekker peddelen over de betonplaten rond het Belgische gehuchtje Lanaye, de fietsspieren rustig uit de schulp laten kruipen. Totdat er plots een gele schim opduikt in de verte. Het gehele Jumbo ornaat, flitsend Cervélo fietsje, flink postuur. Dat kan maar één ding betekenen. Tom Dumoulin, in zijn eigen achtertuin.


Onlangs liet Tom weten dat 2022 zijn laatste wielerjaar zou worden. Overtraind, opgebrand, een schim van zichzelf. ‘’De 100% toewijding, alles wat ik voor mijn sport doe en laat, en wat ik er vervolgens voor terugkrijg is voor mijn gevoel al een tijd in disbalans. Daarom kies ik ervoor om te stoppen met mijn actieve carrière en een nieuw, onbekend pad in te slaan.’’ Nooit meer dat tijdritgeweld. Nooit meer dat ruwe stoppelbaardje. Nooit meer die interviews van een goudeerlijke jongen. Nooit meer de Tom van die ene Giro d’Italia.


Waar mijn benen schreeuwen om een rustig ritje, is het mijn koppie dat beseft dat dit een unieke kans is. Eén tegen één tegen de nog werkzame wielerprof Dumoulin. Op nog geen 300 meter afstand. Ik neem wat slokken uit mijn bidon en schakel wat tandjes bij. Ons wielerduel begint met anderhalve kilometer klimmen naar de top van Fort Eben-Emael. Ik voel dat ik hier het verschil moet maken. Vol overgave trap ik mijn hartslag omhoog. Op de pedalen, in het zadel en wéér op de pedalen, zoals het een echte klimmer betaamt. Ik begin steeds meer terrein te winnen op Tom, en met elke trap voel ik me onoverwinnelijker worden, al weet ik dat dit geen eerlijk duel is. Twee sporters met totaal verschillende intenties. Wout Weghorst in volle sprint en Kylian Mbappé tijdens een cooling-down. Maakt niet uit, dat detail moffel ik wel weg als ik mijn glorieuze overwinning deel met Jan en alleman.


Op de top schat ik de achterstand nog geen 100 meter, maar mijn benen zijn opgeblazen. Toch moet ik door, door naar dat wiel van Tom. Na een kort plateau begint de afdaling richting het dorpje Eben-Emael. Als ik Tom wil bijhalen zullen er risico’s genomen moeten worden. Verstand op nul, overgeven aan het lot en volledig vertrouwen in die afgesleten remblokjes. Ondertussen komt er een belangrijke vraag bij me op. Wat ga ik straks eigenlijk zeggen? Goedenavond? Jammer van de Giro? Lekke band Tom? Nee, focus op de koers. Niet de huid verkopen voor ‘ie geschoten is.


De afdaling zit erop. Over het vlakke richting het dorpje Kanne, de woonplek van Tom. Ik ben aan het doorkachelen, maar op 30 meter stagneert mijn achtervolging. De welbekende chasse patate. Maar dan slaat Tom opeens linksaf, de Zusserdel op. Een korte klim vol haarspeldbochten. Bergop kan ik hem pakken. Met hernieuwde kracht zet ik een punch neer waar zelfs Mathieu en Wout de kriebels van zouden krijgen. Nog altijd galmen de echo’s van mijn gigantische pedaalklappen door de grotten van Kanne.


Ik geraak tot het wiel van Tom, d’r op en d’r over. Ik kom langszij en draai mijn hoofd naar rechts. Een keiharde klap der realiteit. Het is ‘m niet. Gewoon een of andere snuiter van het Jumbo-Visma Academy team op een dure fiets. Of erger nog, zo’n rijke recreant die indruk probeert te maken in het Jumbo kostuum. Geen Tom Dumoulin. Uit woede demarreer ik weg bij die Tom-wannabe, een slap aftreksel van. En misschien zit daar de frustratie wel, de waarheid die ik onder ogen moet gaan zien.


Geen Tom Dumoulin.


Nu niet, en nooit meer.