• Stijn Engelen

In de lift

Mijn telefoon gaat. ‘’Kistje niveau 5.’’ ‘’Yo, komt goed!’’ Als apotheekmedewerker in het ziekenhuis (dure vertaling in mijn contract: farmaceutisch vakman) breng ik medicatie rond op de afdelingen. Dit keer van niveau 0 helemaal naar niveau 5. Ik verafschuw de lift, ongemakkelijkheid in zijn extreme. De hardlooptraining van gisteravond heeft er echter ingehakt, ik zal wel moeten.


Ik loop naar de lift, druk op de knop en bereid me voor op deze helletocht. Eerste tegenvaller, iemand van de technische dienst komt aanlopen, zo’n ziekenhuis handyman ‘’Goedemorgen!’’, zeg ik. Geen reactie. De deuren schuiven open. We lopen naar binnen, en met een vloeiende beweging draai ik mijn medicatiekarretje 180 graden om straks zo snel mogelijk naar buiten te scheuren. Ik druk op niveau 5, hij op 1. Daar gaan we. Een ijzige stilte, seconden worden minuten, een eeuwigheid in dit verticale transportsysteem. Plots doet mijn liftgenoot een krachtige uitademing in zijn elleboog. Was het een kuch? Of toch een nies? Ik ga ervoor. ‘’Gezondheid!’’ Dankjewel volgt niet, wel een passief agressieve blik. Het was toch een kuch. Op niveau 1 scheiden onze wegen, maar mijn nieuwe metgezel staat al klaar.


Een enthousiaste dame van de catering rijdt naar binnen met haar kar. Ze drukt op niveau 2. ‘’Dit schiet niet op.’’, denk ik. Achja, ik doe die shit stap voor stap, zoals Kav en Sjaak zouden zeggen. ‘’Sow, volle kar hè!’’, roept ze. ‘’Ja, volle kar ja.’’, antwoord ik. Mooie afsluiter om stilzwijgend door te reizen naar niveau 2, dacht ik. Toch blijven de wakkere ogen van de dame in mijn huid branden. Ze verwacht iets. Uit paniek zeg ik maar wat. ‘’Wat een weer hè?’’ ‘’Uuhh…… ja, op zich.’’ Ze vond het niks. Ook niet slim om over het weer te beginnen in een natuurlichtloze metalen transportkist. De stilte is terug, het ongemak ook.


Niveau 2. De cateringdame verlaat de lift, het tweede fiasco zit er gelukkig op. Twee jonge verpleegsters nemen haar plaats in. ‘’Morgguhh.’’, zeg ik. Geen begroeting terug, alleen wat gegiechel. Eén van de dames drukt op niveau 3. ‘’Nee Suus, we moeten naar 4!’’, roept de andere verpleegster. Dat kan er ook nog wel bij. De dames gluren naar me, merk ik op in mijn ooghoek. Dan kijken ze weer naar elkaar, gevolgd door een lichte giechel. Ik voel een soort bronstige vibe vanuit de dames. Bij mij nog altijd puur ongemak. Ik friemel aan de medicatiekar, zet de doosjes Histaminefosfaat rechtop en blader wat door de pakbonnen. De dames blijven ongegeneerd kijken, een soort harde Tinder-analyse in real-life. Niveau 3. Uitstappen en mijn kar met brute kracht naar boven tillen via de trap is een optie. Maar dat is verliezen van het ongemak. Nog één niveau deze vleeskeuring volhouden.


Terwijl ik vol overtuiging coolness blijf acteren, geven de dames nog eventjes gas. ‘’Waar werk jij?’’ Ik wacht drie seconden om tijd te winnen. ‘’In de apotheek.’’, antwoord ik. ‘’Dus je brengt medicatie rond?’’ ‘’Ja, vandaar de kar.’’ ‘’Waarom hebben we je dan nog nooit gezien?’’ ‘’Geen idee.’’ Ik sta op het punt om naar rechts geswiped te worden, maar dan schuiven de deuren weer open.


Niveau 4. Vrijheid. De dames lopen naar hun verpleegafdeling en mijn laatste metgezel blijkt een jongen te zijn van de financiële afdeling. Gladde haartjes, strak pak. Zodra hij binnenstapt word ik overspoeld door een golf van parfum, alsof meneer elke ochtend een volle fles Hugo Boss over zich heen stort. Ik doe weer een poging. ‘’Is het cederhout?’’ Verbouwereerd kijkt hij me aan. ‘’Je parfum bedoel ik.’’ ‘’Ooohh…… Geen idee.’’ Geen initiatief van zijn kant. Nu kan ik gaan forceren, ‘’en, hoe gaan de zaken?’’, maar ik voel aan alles dat dit een verloren zaak is. Stilte, opnieuw drijven in het bad der onaangenaamheid.


Niveau 5. De helletocht is voorbij. Ik breng de medicatie naar de verpleegafdeling en neem de trap terug, afdalen is niet zo zwaar voor de benen. Heerlijk, die rust. Op eigen kracht. Geen afleiding. Eenmaal terug op niveau 0 wil ik de apotheek binnenlopen. Maar dan klinkt dat helse geluid weer. Mijn telefoon. ‘’Hey Stijn, opnieuw een kistje voor niveau 5.’’ ‘’Aaahh…… komt goed.’’ Ik neem de trap wel.