• Stijn Engelen

''Ik wil 24/7 op de bloedbank zijn.''

12 februari, 09:40. Mijn afspraak met de bloedbank. Waarom ik het doe? Ik wil me niet meer schuldig voelen terwijl iemand een leuke anekdote vertelt over zijn of haar ervaringen bij de bloedbank. Dat ik niet meer met 1-0 achtersta als ik in contact kom met een bloeddonor. En natuurlijk voor dat gratis tripje naar Gaia Zoo of die VVV-bon met een waarde van 19,99. Daarvoor doet iedereen het toch?


Ik loop de zaal binnen en word overspoeld door een golf van positivisme. Elke assistente loopt rond met een glimlach en een aura van enthousiasme. De klant is koning zou een understatement zijn. Een keuringsarts die me wel 3x bedankt voor mijn deelname: ''Hiermee kunnen we levens redden.'' Maar vooral de mensen, mijn 'soon to be' collega-donoren. Iedereen zegt goedemorgen, geen irritatie te bekennen. Ik heb niet één fronsende wenkbrauw kunnen spotten, alleen maar blije koppies.


Na mijn gesprek met de arts ga ik op één van de donorstoelen zitten. Naast me vijf 50 plussers, nieuwste Iphone in de rechterhand en een rood slangetje in de linkerarm. Met trots kijken ze naar me: ''You're one of us now.'' En dan komt het hoogtepunt van mijn bloedbank sessie. MAX Vandaag staat op tv, en al snel verschijnen Duco en Olga van Nederland in Beweging. Ik ga royaal in de stoel zitten, kruis mijn benen, leg mijn handen op mijn buik en kijk in een uiterste staat van zen hoe Olga met een brede lach haar schouders heen en weer beweegt. Ondertussen prikt een van de assistenten wat buisjes bloed, en ook zij bedankt me uitvoerig voor mijn deelname. Het lijkt wel alsof ik oneindig veel karmapunten heb binnengehaald in het afgelopen uur. Ik zou zelfs een puppy zijn pootje mogen haken en alsnog in het groen staan. ''Bedankt voor uw deelname meneer Engelen, en tot de volgende keer!'' Dit betekent dat ik weg moet, maar ik wil helemaal niet weg. Ik wil blijven. Ik wil 24/7 op de bloedbank zijn. Als een tienjarig jongetje die zijn zin niet krijgt loop ik het gebouw uit. Een ijskoude gloed knalt op mijn lichaam, en dat heeft niks met het koude weer te maken. Dan maar wachten, vol spanning wachten op die brief die zal zeggen: ''U mag terugkomen meneer Engelen.''