• Pim Molenaar

Het symbool van de kansgenongelijkheid

De afgelopen weken was ik - net als vele anderen - in de ban van de documentaireserie Sander en de kloof, waarin Sander Schimmelpenninck de kansenongelijkheid in Nederland blootlegt. Ondertussen maakte het Koningshuis weer een fantastisch gebaar door te midden van een internationale oorlog het vliegtuig naar Oostenrijk te pakken: de welverdiende skivakantie wacht op niemand. Dit schiep voor mij, zeker na het zien van de vele meningen op mijn twittertijdlijn, een mooie aangelegenheid om beide onderwerpen eens samen te vlechten.


In mijn leven heb ik tot dusver al aardig wat kansenongelijkheid mee mogen maken. Op de middelbare school zag ik voor het eerst bewust de kansenongelijkheid: wie wat meer centjes over kon leggen (beter gezegd: maken), had toegang tot beter onderwijs. Van tweetalig onderwijs tot bijles, van meegaan naar internationale conferenties tot taalcertificaten. De leerlingen die hierin niet mee konden gaan, simpelweg omdat hun ouders dit niet konden betalen, bleven tot op zekere hoogte achter. Op de universiteit zag en zie ik deze kansenongelijkheid alleen maar meer groeien. Wat me hieraan mateloos irriteert was de mate van onbesef die bij deze mensen heerst. In mijn tijd in Amsterdam moest ik aanhoren hoe ‘papa’ een huisje ‘voor de leuk’ aanschafte, dat de studie moest lijden door een ‘verplichte skivakantie’ en dat dit niet uitmaakte want de dure tentamentraining biedt toch altijd soelaas. Papa en mama betalen daarnaast de studie en onderdak, dus wat maakt het ook uit. ‘Thuisthuis’ wonen was en is voor sulletjes, werken werkte en werkt alleen maar studie-afleidend. Hoe hoger op de ladder je dus stapt, hoe groter de kansenongelijkheid lijkt te worden.


Bij het schrijven van bovenstaande borrelde bij mij al een soort gevoel van ongemakkelijkheid op, omdat ook ik qua kansen zeker niet mag klagen. Ondanks het feit dat ik niet met een gouden lepel in mijn mond ben geboren - ik kom uit de middenklasse, woon in een rijtjeshuis en ga met de auto op vakantie - heb ik het in mijn leven fantastisch getroffen. Het ontbrak me aan niets en ook ik heb daardoor kansen gekregen die voor anderen niet zijn weggelegd: ook ik kon tweetalig onderwijs volgen en naar internationale conferenties. Ik ben dus niet geboren met een gouden paplepel, maar wel in een gouden wiegje. Bij dit alles neem ik nog niet eens mee dat ik een witte autochtone hetero man ben, dat qua kansen ook meer deuren opent.


Toch maakt de eerder beschreven kansenongelijkheid (die van de papa’s en mama’s die alles betalen en de studenten die daar niets van lijken te snappen) me - ik geef het maar gewoon toe - niets minder dan onsmakelijk jaloers. Of eigenlijk, beter verwoord, gaat mijn rechtvaardigheidsgevoel erdoor steigeren. Dit probleem van kansenongelijkheid zit inmiddels ingebakken in de structuur, de mindset en het beleid van ons land.


Het mooiste voorbeeld daarvan is dat mensen tegenwoordig niets minder dan lof hebben voor de ‘essentiële’ beroepen die Nederland ‘draaiende’ houden, zoals de kappers, de bouwvakkers of de loodgieters. Mooie beroepen, aldus iedereen, maar zodra we mogen kiezen, moet ons kind koste wat kost wel het hoogste onderwijs genieten. Beeld je maar eens in wat een ophef het zou geven indien Amalia geen wetenschappelijk onderwijs op een hoog aangeschreven universiteit zou volgen, maar een ‘gewone’ kappersopleiding. Dit alles heeft iets ongerijmds: zodra je een ‘normale’ baan hebt, heerst er dus kennelijk de opvatting dat het systeem niet in staat is om je dan voldoende te bieden. Kijk maar eens naar de verzorgster uit Sander en de kloof, die samen met haar man nog geen huis kan kopen, ondanks dat ze allebei een hbo-diploma hebben.


Nu heb ik qua oplossingen van dit structurele probleem ook de waarheid niet in pacht, maar toch wilde ik dit alles wel aangrijpen om mijn pijlen te richten op hét symbool van de kansenongelijkheid: het Koningshuis. Ik wil me niet scharen onder de groep die de Oranjes wegens populistische redenen niet meer kunnen luchten of zien. Ik kan genieten van het Koningshuis: een juichende Willem-Alexander voor het Nederlands elftal, het saamhorigheidsgevoel op Koningsdag, de Lucky Tv's, de redenen zijn talloos. Toch weegt dit alles niet op tegen die ene reden: het Koningshuis is het symbool van de kansenongelijkheid en derhalve het levende bewijs van het fenomeen. Mij gaat het niet zozeer om het feit dat het Koningshuis ons allemaal veel geld kost, maar meer om het feit dat het het concept van de kansenongelijkheid in stand houd. Het idee dat er ergens in Nederland een wiegje staat waarbij al je zorgen voorgoed zijn verloren, zonder dat je daar ook maar iets voor hoeft te doen, is ronduit utopisch maar toch de realiteit.


Vooral het feit dat je als Oranje niets hoeft te doen om je veren te verdienen, stoot mij tegen de borst. In theorie kan je nog zo’n slecht lid van het Koningshuis zijn, maar niemand zal en kan je ook maar een strohalm in de weg leggen. Dit in tegenstelling tot de lagere klassen in de maatschappij, want probeer als kapper maar eens een stukje oor mee te pakken terwijl je die ene lok weghaalt. Het Koninklijk huis heeft als tegenargument dat hun werkzaamheden vooral symbolisch en ceremonieel zijn, maar om Myrthe Hilkens op twitter te citeren: ‘Ze krijgen onder anderen een bak met geld om ceremonieel en op symbolisch belangrijke momenten het juiste doen. Zichtbaar te zijn. Dit is de zoveelste keer dat ze zich tegen de achtergrond van een crisis zichtbaar maken met een vakantie.’ Dat het Koningshuis zelfs deze ceremoniële taak niet op zich kan nemen, is voor mij dan ook het bewijs van het failliet van het Koningshuis.


De tijd lijkt dus te zijn aangebroken om het Koningshuis voorgoed vaarwel te zeggen dan wel te herinrichten. Mijns inziens heeft de ceremoniële taak alles te maken met een feeling voor de maatschappij, waarbij het Koningshuis een antenne in de maatschappij is zodat het dit gevoel van het volk naar buiten kan uitdragen. Deze feeling is het Koningshuis ogenschijnlijk verloren, waardoor het tijd is voor verandering. Verdeel het Koninklijk huis radicaal door heel Nederland, plaats het koninklijk gezin bijvoorbeeld in een rijtjeshuis in Sneek, geef minder geld uit aan ceremoniële onzinnigheden, en laat de leden van het Koninklijk huis evenredig en proportioneel verdienen op basis van hun werkzaamheden. Op deze manier kunnen de Oranjes weer wat meer draagvlak in Nederland genieten, begrijpen ze beter wat Jan met de pet écht voelt en kunnen ze op basis van hun harde werken echt nog wel een keer op skivakantie naar Oostenrijk. Boven dit alles is dit een perfecte start voor de aanpak van de kansenongelijkheid, want het symbool van de kansenongelijkheid wordt immers eindelijk met de grond gelijk gemaakt. Wat mij betreft veel te laat, maar beter ten halve gedraaid dan ten hele gedwaald.