• Stijn Engelen

Het ontstaan van Pétanque

''Nou wat leuk die website met allemaal ludieke artikelen!''

Inderdaad, wat leuk. Maar je begint hier niet aan om af en toe een 'random artikeltje' of een paar liedjes te publiceren op het wereldwijde web.

''Wat is dan uw doel?''

Dat ga ik u nu vertellen.

Het zonnige warme weer begint eraan te komen, en dat betekent maar één ding: het boulesseizoen gaat beginnen. Ik zie het als mijn missie, nee, mijn taak om u enthousiast te maken voor dit prachtige spelletje. Als een ware missionaris ga ik u meenemen in de geschiedenis van het Jeu de boulen. En daar blijft het niet bij. Leuke video's, mooie anekdotes, korte versjes en prachtige foto's zullen de komende maanden veelvuldig te zien zijn op Chasse Patate, allemaal over dat simpele spelletje met die metalen ballen. Dus, koop die boulesset! Huur die boulesbaan! Ga in godsnaam 'boulen'! Je bent nooit te jong om te Jeu de boulen! Maar genoeg gelult, het is tijd om terug de tijd in te gaan, de dag dat het allemaal begon.


Het ontstaan van Pétanque


Jeu de boules zoals u het waarschijnlijk zult kennen is eigenlijk een verzamelnaam van meerdere varianten. De variant waar iedereen de term 'Jeu de boules' voor gebruikt heet eigenlijk Pétanque. En met die korte voorkennis gaan we naar het jaar 1910, het plaatsje La Ciotat om precies te zijn.


Op het Jeu de boules-terrein Béraud in La Ciotat, een kleine havenplaats ten oosten van Marseille, werd iedere dag het 'Jeu Provencal' gespeeld, een Jeu de boules variant waarbij de werper een aanloop moest nemen. De broers Pitiot (Joseph en Ernest) hadden hier de leiding. Ze organiseerden regelmatig belangrijke concoursen waar grote kampioenen uit de directe omgeving op afkwamen. Bekende namen uit die tijd waren: Grand-Jean, le Blond, Petit Paul, Parpelet en le Grêlé. Dit waren de helden van het 'Jeu Provencal', mannen die enorm veel toeschouwers trokken. Er werd vaak om grote sommen geld gespeeld.


Omdat de partijen wel enkele uren konden duren, huurden veel toeschouwers een stoel. Maar omdat er zoveel toeschouwers kwamen, besloot Joseph Pitiot op een dag dat de stoelen niet meer op het speelveld mochten staan omdat de spelers daar te veel hinder van ondervonden. Eén uitzondering werd gemaakt voor de koopman Jules le Noir, een oud 'Provencal' speler die aan reuma leed. De mensen kenden Jules goed en dachten nog wel eens terug aan de prachtige partijen die hij vroeger had gespeeld. Men vond het niet bezwaarlijk dat er voor Jules wel een stoel klaar stond. Als Jules de partijen gadesloeg ergerde hij zich wel eens aan het niveau en hij vermaakte zich dan door enkele boules die in de buurt lagen over een afstand van 2 meter te tireren. Lachend zei hij dan: ''Ik ben aan het trainen.'' Ernest Pitiot die dit gebeuren vanuit zijn ooghoeken gadesloeg had te doen met zijn vriend. Op een dag stelde hij Jules voor een partijtje te spelen, waarbij de spelers met beide voeten in een werpcirkel moesten blijven staan. Anders gezegd: les pieds tanqués. Dit dus in tegenstelling tot het 'Jeu Provencal'. Joseph Pitiot organiseerde zelfs een klein toernooitje waaraan 8 équipes van twee spelers deelnamen. De 1ste prijs was 10 francs. Er werd afgesproken over een afstand van 3 tot 5 meter te spelen. In het begin deden vooral oudere spelers mee. Maar na verloop van tijd wilden ook de jongeren de nieuwe variant wel eens proberen. En zo is Pétanque ontstaan.