• Jurriaan Berger

Het ongemak van de regenboogaanvoerdersband

Nieuws uit de voetbalwereld laat mij meestal siberisch koud. Voetballers moeten immers spreken met hun benen en niet met hun mond – geen idee of dit Cruijffiaans is, anders is het bij deze Jurriaans. Afgelopen weekend las ik in het sportkatern van de NOS dan toch een bericht dat mij raakte: “Kökcü weigert regenboogband: 'Voel mij vanuit geloof niet aangewezen persoon'”. Over dit bericht heb ik me zelfs enigszins opgewonden. Ten eerste omdat het de club Feyenoord betreft. Als er een club is waarvan het mij een klein beetje kan schelen of ze winnen of verliezen, laat het dan Feyenoord zijn. Ten tweede, u voelt het misschien al aankomen, de regenboogband.


Om maar te beginnen met de draai die de trainer, Arne Slot, eraan geeft: “Orkun wil niet het uithangbord van deze actie te zijn.” Nou, ik denk dat Orkun zojuist het uithangbord geworden is van de homofobie binnen de voetballerij, gefeliciteerd. Ik benijd de KNVB en de voetbalclubs voor de pogingen die ze doen om homofobie de voetbalwereld uit te helpen, maar als de aanvoerder een regenboogband draagt, heb ik niet de verwachting dat hij dan ook gelijk de aanvoerder is van de LHBTIQ+(?) gemeenschap binnen de club.


Maar goed, dat was de uitleg van de trainer, die sprak voor de speler, daar zal ik niet te lang stil bij blijven staan – al zijn trainers meestal voetballers die zijn uitgesproken met hun benen en daarom maar met hun mond zijn gaan praten en worden hun woorden dan ook op iets meer waarde geschat.


Orkun Kökcü zelf geeft aan dat hij zich er “vanuit geloofsovertuiging ‘niet comfortabel’ bij voelt om de regenboogband te dragen”. Om heel eerlijk te zijn snap ik het niet zo goed, waarom iemand zich daar niet comfortabel bij zou kunnen voelen. Ik zou het Orkun graag zelf vragen, maar ja, hij is de aanvoerder van Feyenoord en ik ben maar een simpele sterveling die zo nu en dan iets voor Chasse schrijft. Dus de kans dat ik hem te spreken krijg acht ik nihil. Gelukkig heeft de NOS wat verder doorgevraagd en staat het volgende er nog bij: “Ik vind dat iedereen vrij is om te doen wat diegene wil of voelt. Ik snap heel goed wat het belang is van deze actie, alleen voel ik mij door mijn geloofsovertuiging niet de aangewezen persoon om dit te supporten.”


Voor mij persoonlijk geeft het dragen/strijken van de regenboogvlag het signaal af dat jij (en de organisatie die je vertegenwoordigt) erachter staat dat iedereen zichzelf mag zijn, in het bijzonder wat betreft diens identiteit en seksuele voorkeur. In een verwoede poging om het statement van Orkun te duiden kom ik dan tot de conclusie dat in zijn geloofsovertuiging het niet oké is om dit signaal af te geven, of in ieder geval het voortouw er in te nemen. Dat brengt mij tot het volgende dilemma: wat mij betreft staat het iedereen vrij om welke god dan ook te aanbidden, of het nu Allah, God of het spaghettimonster is, maar ik vind het moeilijk worden als je dan vanuit die geloofsovertuiging denkt dat je niet kunt benadrukken dat iedereen zichzelf mag zijn.


Het ongemak rond de regenboogband past in de context van de korte regenbooghistorie die Feyenoord ‘rijk’ is. Het clublied luidt weliswaar “Hand in hand kameraden, Hand in hand voor Feyenoord 1…” De sfeer in en om de Kuip wordt snel grimmig wanneer er twee homo’s hand in hand staan: het huis van een Rotterdamse wethouder is beklad wegens steun aan de roze supportersvereniging, Aboutaleb krijgt doodsbedreigingen om diezelfde reden, een directeur bij Feyenoord is opgestapt wegens dergelijke intimidatie en de oprichter van de Roze Kameraden durft het stadion niet meer in en heeft nog wel meer ellende over zich heen gekregen – dan druk ik me nog voorzichtig uit. Dus misschien is Orkun wel bang voor iets anders dan voor het ‘verworden tot uithangbord’ van de actie, maar dan doe ik een suggestieve aanname. Ach ja, Feyenoord heb gewonnen van AZ, dus niet lullen maar poetsen.