• Stijn Engelen

Fanny!

Voor iedere boulesspeler is Fanny een begrip. Zij is het parfum van Frankrijk, het parfum van het Jeu de boules zelf. Fanny herinnert ons, met haar zuidelijke provencaalse accent, aan verrukkelijke warme zomernachten, aan de geur van de garrigue, tijm en zon, kortom aan de geur van de Midi. Maar niet alleen in Zuid-Frankrijk is Fanny bekend. Overal in Frankrijk bij ieder bouleterrein zullen de spelers, wanneer je ze vraagt naar Fanny, met dezelfde glimlach reageren. Toch is geen enkele vrouw jaloers op haar. Zelfs niet wanneer haar eigen echtgenoot Fanny's verleidelijke achterwerk eert door er een kus op te geven. Want ach, Fanny kussen, dat is het schrikbeeld, het gruwelijk bewijs van te zijn overwonnen. En niet zomaar te zijn overwonnen, maar echt zwaar te zijn ingemaakt, de totale vernedering, het allerergste wat een speler kan overkomen: met 13-0 verliezen. De ongelukkige die dit meemaakt, zal voor zijn lachende medespelers en alle omstanders die het maar willen zien, zoals bij de biecht, op de knieën moeten gaan en..... het achterwerk van Fanny kussen. Vaak wordt vooraf aan dit unieke schouwspel een bel geluid om zo aan iedereen die het maar weten wil kenbaar te maken dat er weer met 13-0 verloren is.


Maar waar komt de term 'Fanny kussen' toch vandaan? Er zijn meerdere verhalen over de oorsprong van deze godin, waarvan we er twee hieronder zullen doornemen.


Tegen het eind van de 19de eeuw had Fanny Dubriand bij één van de eerste verenigingen (te weten Jouve) in de wijk Croix-Rousse in Lyon de gewoonte haar achterste te laten zien, om zo de spelers die met 0-13 hadden verloren te vernederen. Waren de verliezers gedwongen haar billen te kussen? We weten het niet. In ieder geval gebruikt men sindsdien de uitdrukking ‘Embrasser Fanny’ (Fanny kussen).


Het andere verhaal speelt zich af in Grand Lemps. Fanny was aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog serveerster in een café in Grand Lemps in het noorden van Frankrijk. Zij liet zich omhelzen door verliezers die geen enkel punt tijdens een spel behaalden. Deze omhelzing was een troost, een schadevergoeding. Tot op de dag dat de burgemeester van de regio ook bij haar kwam om te worden getroost. Had Fanny iets tegen hem? Het is in ieder geval zo dat ze boven op een stoel klom, haar rok omhoog deed en wat hield ze hem voor? Haar andere wangen, waarop meneer de burgemeester zonder blikken of blozen twee dikke klapzoenen gaf.


Dat was het begin van een lange traditie. Sindsdien, omdat de spelers niet altijd een lieve Fanny bij de hand, of liever gezegd aan de lippen hebben, bezitten veel verenigingen een namaak-Fanny die ze op een ereplaatsje hebben staan en waar de winnaars hun slachtoffers mee naartoe nemen en verplichten met een galante kniebuiging een kus te geven op de billen van Fanny.