• Stijn Engelen

Druk, druk, druk

Iedereen heeft het druk. Dat is het enige wat ik nog hoor. Op verjaardagsfeestjes, in het openbaar vervoer, in de kroeg. ‘Yo gozer, hoe is het?’ ‘Ja druk man. Met jou?’ ‘Ja prima, nogal druk hè.’ Vervolgens komt er een opsomming om de volle agenda te ‘verantwoorden’. Alsof er een soort wedloop aan de gang is. Hoe drukker een mens, hoe meer status hij/zij verwerft. En het ergste nog? Ik betrap mezelf er ook op. Oók ik zeg tegenwoordig dat ik het ‘druk’ heb. Zodra ik het magische D-woord weer heb gebruikt en het gelaat van mijn gesprekpartner op ‘onder de indruk’ staat, dan voel ik een lichte zwelling in mijn voortplantingsorgaan.


Maar waarom gebruiken we allemaal dit cliché? Wat is er zo cool aan? Er is niks bewonderingswaardigs aan veel dingen tegelijk doen als de kwaliteit van het resultaat daardoor achteruit gaat. Drukte is misschien juist een vorm van zwakte, het ‘niet kunnen maken van keuzes’. Je hoeft immers geen lastige knopen door te hakken. Waarom al je tijd verdoen aan dat onnozele drukte gepraat (hebben we het daar niet té druk voor)? Zou het niet veel mooier zijn als we het meteen over de inhoud hebben? ‘Waarom heb je dat extra project aangenomen?’ ‘Waarom train je zoveel?’ ‘Hoe is je relatie?’


Ooit ga ik deze hele druktewedloop vermijden. Ooit ga ik meteen over de inhoud beginnen, in plaats van mijn tijd verdoen aan dit afschuwelijke cliché. ‘En waarom niet nu al?’ ‘Mwah, ik heb het nu gewoon nog te druk man.’