• Jasper Martin

De ballenketting

Ondanks dat ik van jongs af aan de schijf van vijf voorgeschoteld heb gekregen, duurde het erg lang voordat ik ‘in de Python’ mocht. Als ik voetbalde kon ik mooi de bal door de benen van mijn tegenstander spelen, en er vervolgens zelf ook nog onderdoor lopen. Op mijn vorige ID-kaart, die ik kreeg toen ik een jaar of 14 was, stond nog een lengte van 1 meter 55. Daarnaast was ik zo dun dat ik zelfs getailleerde shirts vijf keer op 90 graden moest wassen om ze een beetje aan te laten sluiten. Zoals het een bevoorrecht kind uit een stabiel gezin betaamt, klaagde ik hier steen en been over. Hoe groot kon het onrecht zijn? Uiteindelijk was mijn moeder het zat: ‘’Vraag de schooldokter maar waarom je zo klein bent.’’ Ondanks dat ik nog nooit van deze persoon gehoord had, zat ik een week later tegenover onze schooldokter. ‘’Wat is het probleem?’’, vroeg ze. Nog ver verwijderd van de baard in de keel zei ik met piepstem: ‘’Ik ben te klein.’’ Na een aantal vragen over wat ik thuis te eten krijg en een inventarisatie van de rest van mijn familie (we hebben een aantal reuzen in de familie, de mannen tikken allemaal bijna de twee meter aan), vroeg de dokter ‘’hoe groot zijn je ballen?’’… Die zag ik niet aankomen.


Vervolgens toverde ze een kralenketting tevoorschijn. Formaatje snoepketting, maar dan met houten ballen. ‘’Wijs maar aan’’, zei de dokter. Leuk detail: mijn moeder was er ook. Ergens vond ik het flauw dat ze niet gewoon durfde te vragen of ik even mijn broek uit wilde trekken, maar toen wees ik toch maar een van de ballen aan, ‘’doe die maar’’. De dokter gaf aan dat het wel goed zou komen, blijkbaar zegt de grootte van je ballen iets over hoe groot je gaat worden. Die groeispurt kwam niet veel later, ik was maar liefst 30 cm langer geworden in één jaar. Voor mijn gevoel ziet iedereen die zijn groeispurt heeft er in die periode niet echt uit als een mens. Aan het begin van de groeispurt is je hoofd al wat groter en de rest van je lichaam moet daar dan naartoe groeien. Mijn moeder zei laatst nog over een oude foto van mij: ‘’Je hebt nu iets meer een gezicht.’’


De ballenketting is geen trauma. Toch bekruipt me af en toe een soort angst, wanneer ik het gevoel heb dat ik geen vooruitgang boek. Inmiddels werk ik al een paar jaar, maar functioneringsgesprekken blijven moeilijk. Ik begin te zweten en heb het gevoel dat mijn werkgever elk moment een la open kan trekken, die ketting tevoorschijn tovert en zegt: “wijs maar aan”.